Een onschatbare erfenis, en toch niet genoeg

Over eerlijkheid als opvoeding, en de pijn van niet weten of het genoeg was
Mijn moeder en vader gaven mij van kleins af aan veel verhalen mee, en niet de gesuikerde versie, maar de rauwe waarheid.
De vlucht uit Afrika, het overleven in een achterbuurt, de armoede en de problemen waarvan ik als kind getuige was en die ik zelf beleefde, maakten deel uit van een volledig nieuwe start, zonder veilig vangnet. Ik zag mijn ouders vechten om te overleven. Ik zag hoe ze telkens opnieuw probeerden recht te krabbelen wanneer het leven hen hard raakte.
Dat is heel waarschijnlijk waarom ik niet alleen hun doorzettingsvermogen erfde maar ook de overtuiging dat je uit tegenslagen sterker kan worden. Dat liefde en strijd soms hand in hand gaan. Dat het leven niet altijd zacht is, maar dat moeilijkheden ook deel kunnen uitmaken van wie je wordt.
Toen ik zelf kinderen kreeg, wilde ik hen geven wat ik zelf had gemist. Ik hield amper iets achter, zeker niet als problemen te zichtbaar werden om te verbergen, ik was open en oprecht. Ontkennen had trouwens weinig zin, kinderen voelen haarfijn aan wanneer er iets niet klopt, ook als je het probeert te verbergen. Ik verzachtte in de mate van het mogelijke, en ik dacht dat het weten belangrijker was dan iets voelen zonder het te kunnen plaatsen. De verhalen van liefde, van aandacht, van samen zingen, van de samenhorigheid, die waren er zeker ook.
Ik dacht dat mijn openheid hen een onwankelbaar fundament gaf.
Ik dacht dat ze later zouden terugkijken en zien: het was niet alleen kommer en kwel. Wat we samen doorstonden, bracht ons ook dichter bij elkaar. We waren een gezin dat veel heeft moeten dragen, maar waarin liefde, verbondenheid en warmte ondanks alles hun plaats bleven houden.
Maar nu zijn mijn kinderen volwassen en houden sommigen afstand. Ik sta buiten hun leven en door die afstand tast ik volledig in het duister. Ik weet niet wat er in hen leeft, wat er veranderd is of hoe zij vandaag naar onze geschiedenis kijken. Ik weet alleen dat ik niet langer weet wat er werkelijk in hen omgaat.
Dat doet zeer. Erger dan ik onder woorden kan brengen.
Misschien hebben mijn verhalen evenveel kwaad als goed gedaan?
Ik heb niet alleen mijn verhaal gedeeld, ik heb mezelf gegeven.
Of misschien wel te veel. Misschien hebben de verhalen die mij sterk maakten bij hen iets anders losgemaakt, een behoefte om los te komen van wat te zwaar was om mee te dragen.
Maar ik weet ook dit. Ik heb gedaan wat ik kon, met vallen en opstaan, met mijn eigen temperament en alles wat daarbij hoort, en dikwijls in omstandigheden waar ik niet om gevraagd heb.
Ik heb hen niet beschermd door de waarheid te verzwijgen, ik heb hen juist de kracht willen geven om die waarheid te kunnen dragen. Zij kiezen hun eigen weg, en ook de manier waarop, hoe pijnlijk die soms is voor mij, is hun eigen keuze.
Dat betekent niet dat mijn geschiedenis en mijn verhaal mislukt zijn. Het betekent enkel dat zij zelf de regie hebben over hun eigen versie.
Voor hen zijn het misschien maar mijn verhalen. Voor mij is het mijn levensgeschiedenis. Mijn erfenis.
En ik houd me vast aan wat voor mij waar is.
Ik heb liefgehad te midden van chaos. Ik heb met al mijn kracht geprobeerd eenheid te creëren op momenten dat alles uit elkaar dreigde te vallen. Het leven gaat niet alleen over overleven, maar ook over blijven geloven in verbinding.
Dat kan niemand mij afnemen. Ook mijn kinderen niet, hoe ver ze me ook op afstand houden.
Ik heb geprobeerd eerlijk te delen hoe het is om te vallen, te ploeteren en weer op te staan. En dat had niks te maken met een karakterzwakte of een tekort, integendeel, het was net mijn kracht. Na elke val terug opstaan. Ze kregen geen perfecte opvoeders die ze op een voetstuk konden plaatsen, maar eerlijke en kwetsbare mensen met een groot aanpassingsvermogen. Ouders die bleven. Die niet gevlucht zijn in vertier en ontspanning of welke afleiding dan ook.
Wij probeerden telkens opnieuw het uiterste van onszelf te geven, zonder dat ze zich er toen waarschijnlijk bewust van waren hoeveel we daarvoor van onszelf aanpasten en soms opzijzetten om hen te beschermen, te begeleiden en hen de kans te geven uit te groeien tot zelfstandige en weerbare volwassenen.
En dat geeft hen, of ze het nu willen of niet, een unieke blauwdruk voor doorzettingsvermogen.
Zelf heb ik niet alleen geleerd dat het leven moeilijk kan zijn, ik heb van dichtbij gezien hoe je een compleet nieuw bestaan kan opbouwen. Dat maakt tegenslagen voor mij geen onbekende vijand, maar een begaanbaar pad. En dat heb ik meer dan eens bewezen.
Dat is precies de stille, diepe veerkracht die iemand nodig heeft om door het leven te gaan. Ik kreeg van mijn ouders niet alleen hun geschiedenis mee, ik kreeg levend bewijs dat overleven en groeien hand in hand kunnen gaan. Dat is een erfenis van onschatbare waarde.
En dat is wat ik kreeg, en wat ik op mijn beurt aan mijn kinderen heb doorgegeven.
Hoe ze die erfenis gebruiken, dat is nu hun verantwoordelijkheid.
