Hooggevoelig zijn is geen zwakte, het is een last maar ook een gave

14-10-2026

Over voelen wat anderen missen, over een moederliefde die dieper zit dan woorden, en over wat er gebeurt als die liefde geen plaats meer krijgt.


Hoe dikwijls heb ik dat al niet gehoord. Dat ik overgevoelig was. Alsof mijn manier van voelen iets was wat je moest wegwerken, dat je harder moest worden om het draaglijk te maken voor de rest van de wereld. 

k ben te veel voor vele mensen. Te braaf, te boos, te intens, te moeilijk. Gewoonweg te veel.

Maar ondertussen weet ik wel beter. 

Ik zie dingen aankomen die anderen gewoon missen. Niet omdat ik slimmer ben of overal een probleem van maak, maar omdat mijn zenuwstelsel simpelweg meer oppikt. Een geluid dat bij mij storend is, terwijl de rest allang weer met iets anders bezig is. Een blik of lichaamstaal die meer zegt dan een heel gesprek. Een spanning in een kamer die de rest gewoon negeert. Een opmerking die bij mij dagen blijft hangen, terwijl anderen ze na vijf minuten al vergeten zijn.

Jarenlang dacht ik dat er iets mis was met mij. Tot ik ontdekte dat sommige mensen prikkels gewoon intenser verwerken. Onderzoek naar hooggevoeligheid wijst erop dat dit kan samengaan met een diepere verwerking van emoties en subtiele sociale signalen.

Dus nee, je kijkt niet per se beter. Je brein verwerkt gewoon meer, dieper en intenser.

Maar we leven nu eenmaal in een wereld waarin gevoeligheid al snel voor kwetsbaarheid wordt versleten. Wie spanning benoemt, krijgt ze soms zelf op zijn bord. Wie waarschuwt, wordt een doemdenker genoemd. En wie dingen opmerkt die anderen liever niet zien, maakt het volgens sommigen allemaal te ingewikkeld.

Alsof helder zien hetzelfde is als overdrijven.

Hooggevoeligheid is voor mij geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een andere manier van waarnemen, voelen en verwerken. En ja, dat kan lastig zijn. Maar precies diezelfde gevoeligheid maakt ook dat je dingen opmerkt, diep beleeft en soms ziet wat anders onopgemerkt blijft.

Misschien is de vraag dus niet waarom sommige mensen zo intens voelen, maar waarom we zo vaak geleerd hebben om minder te voel

En dan het moederschap zelf

Voor mij kreeg die gevoeligheid in het moederschap nog een extra laag.

Als het over je kinderen gaat, staat er iets in jezelf voortdurend afgestemd. Je merkt kleine veranderingen op. Aan hun stem. Aan hun blik. Aan de manier waarop ze stil worden.

Soms wist ik gewoon dat er iets was, nog voor mijn kinderen zelf konden zeggen wat er scheelde.

Je voelt het verschil tussen een kind dat gewoon moe is en een kind dat verdrietig is. Je merkt wanneer iets meer is dan gewone kattenkwaad. Wanneer een stilte geen rust is, maar iets vertelt.

Dat is misschien één van de mooiste kanten van gevoeligheid. Een kind kan voelen dat het gezien wordt. Niet alleen om wat het zegt of doet, maar ook om wat eronder zit.

Dat gevoel blijft soms veel langer bij een mens dan de woorden die eraan voorafgingen.

Maar diezelfde gevoeligheid heeft ook een keerzijde.

Want als je zo sterk afgestemd bent op iemand van wie je houdt, komt afstand ook harder binnen.

Als die nabijheid wegvalt

Er is nog een laag die bijna nooit hardop gezegd wordt. De pijn van een moeder die haar kind voelt, maar het niet meer kan bereiken. Die de signalen nog altijd herkent, maar er niet meer op kan reageren zoals haar hart dat verlangt.

De pijn van een moeder die haar kind niet meer nabij kan zijn zoals vroeger. Die de liefde nog altijd in zich draagt, maar geen uitweg meer vindt in die kleine dagelijkse dingen.

En dat doet iets met een zenuwstelsel dat toch al alles voelt. Het is niet enkel verdriet. Het is een voortdurende innerlijke spanning tussen weten en niet kunnen handelen, tussen voelen en niet kunnen verzachten.

Voor de buitenwereld lijkt dat misschien op afstand nemen, op het moeten aanvaarden van loslaten. Maar van binnen is het geen keuze die je zelf gemaakt hebt. Het is een rouw die niet stilvalt. Een liefde die blijft bestaan, maar geen plaats meer krijgt.

Wat vroeger verbinding was, is nu gemis geworden. Wat vroeger vanzelfsprekend was, is nu een stilte waarin je moet leren bestaan.

En misschien is dat wel het meest onzichtbare stukje. Dat net die gevoeligheid, die vroeger zoveel gaf, het aanvoelen, de nabijheid, de verbondenheid, nu ook de bron kan worden van het diepste gemis.

Toch is er iets dat niet zomaar verdwijnt, zelfs niet met afstand en tijd. De band zelf. Niet iets wat je kan afdwingen of herstellen met wilskracht, maar iets dat dieper zit dan de omstandigheden van vandaag.

Gevoeligheid is geen zwakte. Ze is een vorm van opmerkzaamheid. Maar ze kan ook een intense vorm van stille rouw worden.

En misschien is dat de paradox van hooggevoelig moederschap. Dat je niet alleen alles intenser beleeft als je kind nabij is, maar dat je ook alles intenser blijft voelen als die nabijheid wegvalt.

De liefde stopt niet. En juist daarom doet de afwezigheid zo'n pijn. Voor een hooggevoelige moeder is dat gemis geen gevoel dat af en toe opduikt. Het wordt een onderstroom die door haar dagen blijft lopen. Wat ooit vanzelf naar haar kind stroomde, kan nergens meer heen. En precies daar ontstaat de pijn.

Misschien is elke moeder wel hooggevoelig wanneer het over haar kind gaat. Niet omdat ze altijd sterk reageert of alles even diep voelt, maar omdat daar een plek zit waar haar hart altijd open blijft staan. Een liefde die moeilijk uit te leggen is. Een liefde die blijft bestaan, ook wanneer ze nergens meer terechtkan.

En ik weet nu dat mijn gevoeligheid niet het probleem was. Ze was gewoon een deel van hoe ik moeder was. 

Share