Leven met naïef realisme

Je denkt dat je de waarheid ziet. Maar eigenlijk zie je vooral je eigen versie ervan.
We lopen allemaal rond met het gevoel dat wat wij zien, gewoon de werkelijkheid is.. Dat wat wij zien, gewoon is zoals het is.
Maar dat klopt voor geen meter.
Wat we zien is nooit puur de werkelijkheid. Het is altijd al gefilterd door wie we zijn, wat we meegemaakt hebben, wat we geleerd hebben en wat we verwachten.
We denken dat we de werkelijkheid zien zoals ze is. Terwijl we ze meestal zien zoals we haar hebben leren begrijpen. En soms zelfs zoals we haar kost wat kost willen begrijpen.
Als iemand er helemaal anders over denkt, is onze eerste reactie meestal duidelijk. Die snapt het blijkbaar niet goed. Die is slecht geïnformeerd, beïnvloed of ziet het gewoon niet helder.
En ondertussen denkt die andere mens precies hetzelfde over ons.
Iedereen kijkt door zijn eigen bril, maar beseft zelden hoe sterk die bril zijn blik kleurt.
We zien niet alleen wat er gebeurt. We vullen de betekenis ervan zelf in, vanuit onze eigen binnenwereld.
We reageren dus niet alleen op de werkelijkheid zelf, maar ook op het verhaal dat ons brein ervan maakt. En daar wringt het schoentje. We gaan ons eigen verhaal zien als de waarheid.
We zeggen:
"Ik zie wat er gebeurt."
Terwijl we eigenlijk zouden moeten beseffen:
"Ik zie hoe ik interpreteer wat er gebeurt."
Een klein verschil op papier. Een groot verschil in het echte leven.
Neem een simpel voorbeeld. Iemand rijdt te snel voorbij en je denkt meteen: wat een onverantwoordelijk mens.
Tot je zelf eens haast hebt en perfect kunt uitleggen waarom het bij jou toch anders ligt.
Bij onszelf zien we de omstandigheden. Bij een ander zien we vooral het gedrag.
Een dubbele standaard dus. En meestal hebben we zelf niet eens door dat we ze hanteren.
In relaties speelt dat elke dag mee.
Een kort berichtje voelt als kilte, terwijl die persoon misschien gewoon tot over zijn oren in het werk zit. Een opmerking die goed bedoeld was, komt binnen als kritiek.
We reageren dan niet alleen op wat er letterlijk gezegd wordt. We reageren op de betekenis die we er zelf aan geven.
En dat geldt ook voor grotere dingen.
Twee mensen kunnen hetzelfde meemaken en toch elk een andere waarheid zien. Niet omdat de ene liegt en de andere gelijk heeft dat zeker niet, maar omdat ieder vanuit zijn eigen plek naar hetzelfde verhaal kijkt.
De ene onthoudt vooral wat er gezegd werd.
De andere vooral wat er daarna niet meer gezegd werd.
En iemand van buitenaf ziet vooral de stilte die ondertussen is gegroeid, zonder ooit het volledige verhaal te kennen.
Iedereen kijkt naar dezelfde situatie, maar wel vanuit zijn eigen plek, met zijn eigen herinneringen en ervaringen.
Wat er gebeurd is, blijft wat er gebeurd is. Maar de betekenis die we eraan geven, wordt door ieder van ons anders ingevuld.
We hebben als mens van nature de neiging om te denken dat wij de werkelijkheid zien zoals ze werkelijk is. In de psychologie noemen ze dat naïef realisme.
Als ik iets zo zie, dan zal het wel zo zijn.
Als ik het zo ervaren heb, dan is dat voor mij de waarheid.
Maar precies daar ontstaat onze blinde vlek.
We vergeten dat we nooit helemaal onbevangen kijken. We kijken door onze eigen bril, gekleurd door onze herinneringen, ervaringen en verwachtingen.
En voor we het goed beseffen, hebben we van wat we zien of horen al een heel verhaal gemaakt.
Dat maakt ons niet oneerlijk. Het maakt ons menselijk.
Alleen vergeten we soms dat onze waarheid niet automatisch de hele werkelijkheid is.
Vooral in ruzies zie je dat keihard naar boven komen. We zien haarscherp wat de ander verkeerd doet, maar veel moeilijker hoe ons eigen gedrag bij die ander overkomt.
Onze eigen bedoelingen kennen we. Bij die van de ander moeten we gissen.
Ons eigen gedrag schrijven we toe aan de omstandigheden. Bij een ander denken we sneller: dat is gewoon zijn karakter. Zo is die mens.
De grootste valkuil is misschien wel dat we denken dat we objectief zijn.
Hoe zekerder we ervan zijn dat wij de dingen zien zoals ze écht zijn, hoe moeilijker het wordt om onze eigen blinde vlek te zien.
Echte wijsheid begint voor mij op het moment dat je durft zeggen:
Dit is hoe ik het zie, maar ik weet dat ik niet alles zie.
Dat maakt je niet zwakker, hoor.
Integendeel.
Het maakt plaats voor nieuwsgierigheid. Voor nuance. Voor een gesprek dat echt ergens naartoe kan.
Naarmate je ouder wordt, leer je dat niets altijd is wat het op het eerste zicht lijkt. Mensen zijn complex. Gedrag kan verschillende dingen betekenen. En achter elke reactie zit meestal een verhaal dat je nog niet kent.
Misschien is dat ook wat levenservaring je leert. Niet dat je op het einde alle antwoorden hebt, maar dat je stilaan beseft hoeveel je eigenlijk niet ziet en niet weet.
De wereld verandert ondertussen razendsnel. We kunnen vandaag meer dan ooit. We genezen ziektes die vroeger dodelijk waren. We praten met iemand aan de andere kant van de wereld alsof die naast ons zit. We maken dingen waar vroegere generaties niet eens van durfden dromen.
Maar de mens zelf verandert veel trager dan al die technologie.
Onze emoties, onze angsten, onze verlangens blijven verrassend herkenbaar.
Lees verhalen over de oude Grieken en Romeinen en je merkt hoeveel ervan nog altijd klopt. Ook toen waren er ruzies binnen families, spanningen tussen partners, gevechten om liefde, macht en loyaliteit.
Mensen wilden gezien worden. Gehoord worden. Graag gezien worden. Betekenis vinden.
De wereld verandert razendsnel.
De mens blijft zoeken naar veel van hetzelfde.
Gezien worden. Begrepen worden. Graag gezien worden. Betekenis vinden.
En misschien geldt dat ook voor de lege stoel.
De lege stoel
Die stoel tegenover je die leeg is omdat er iemand niet meer op zit.
Iemand met wie er geen gesprek meer is. Iemand van wie je de gedachten, gevoelens en het verhaal niet meer hoort.
Hoe makkelijk is het dan om die stoel zelf maar in te vullen.
We zoeken verklaringen. We trekken conclusies. We maken van stiltes een verhaal, omdat onzekerheid zo moeilijk te verdragen is.
Maar misschien kunnen we die stoel gewoon leeg laten.
Niet omdat alles goed was. Niet omdat de pijn er niet is. En ook niet omdat grenzen niet belangrijk zijn.
Wel omdat een mens altijd groter is dan het stukje dat wij van hem of haar gezien hebben.
De ander heeft een binnenwereld die wij nooit helemaal zullen kennen.
Ook mijn kind heeft een binnenwereld die ik niet meer kan bereiken.
Ik weet wat deze stilte met mij doet. Ik ken mijn verdriet, mijn gemis, mijn vragen en mijn werkelijkheid.
Maar ik kan niet weten wat er precies in mijn kind leeft.
Net zoals mijn kind nooit helemaal kan weten wat er in mijn binnenwereld leeft.
Misschien is dat de moeilijkste vorm van loslaten.
Niet doen alsof ik het antwoord ken, maar aanvaarden dat ik het misschien nooit zal kennen.
En dus mag mijn waarheid bestaan, zonder dat ik hoef te beweren dat ik het hele verhaal ken.
De lege stoel blijft leeg.
Maar misschien hoeft hij niet ingevuld te worden met aannames.
Misschien mag hij gewoon herinneren aan iets wat we allemaal weleens vergeten:
dat achter iedere mens een binnenwereld zit die groter is dan wat wij ervan te zien krijgen.
"Niets is wat het lijkt."
Die woorden van mijn vader zijn me altijd bijgebleven.
Want misschien is dat wel een van de moeilijkste dingen die het leven ons leert: dat wat we denken te zien niet altijd het hele verhaal is.
En dat een beetje langer kijken, luisteren en twijfelen aan ons eigen gelijk soms meer waarheid brengt dan een snel oordeel ooit kan.
