Van biechtstoel naar therapiekamer

11-07-2026

Over therapeutische taal, gekwetste kinderen en de vergeten pijn van ouders die het contact met hun volwassen kind verliezen

Ik ben opgegroeid met een bepaalde taal. Donkerblauw schooluniform, zondag naar de mis, en woorden als schuld, berouw en vergeving die richting gaven aan hoe je naar jezelf en naar anderen keek. Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.

Die taal is grotendeels verdwenen. Maar de behoefte erachter, de behoefte aan betekenis, aan morele zekerheid, aan weten wie goed is en wie fout, die blijft bestaan.

En daar zit iets wat me al een tijdje bezighoudt.

Steeds meer ouders maken het mee: op een gegeven moment begint er iets te verschuiven in de relatie met hun volwassen kind, en dan horen zij die woorden. Woorden als "toxisch", "grenzen stellen", "emotioneel onveilig", "narcisme", "gaslighting" het gekwetste kind . Therapeutische termen die oorspronkelijk bedoeld waren om ervaringen te benoemen waarvoor mensen vroeger geen taal hadden.

Soms helpen die woorden wel echt. Maar soms worden ze geen uitnodiging tot gesprek meer. Ze worden het einde ervan.

Je vraagt als ouder af wat er precies fout liep, en je krijgt geen antwoord. Je krijgt een label. Een meningsverschil wordt plots een vorm van gaslighting. Een pijnlijke herinnering wordt behandeld alsof het een onbetwistbaar feit is. De contactbreuk wordt voorgesteld als een noodzakelijke stap in iemands persoonlijk groeiproces.

Een afstand kan soms nodig zijn, maar het gaat niet zozeer om de afstand. Het gaat over de manier waarop die genomen wordt.

Dat voelt alsof je terechtstaat in een rechtbank waarvan jij de regels nooit te zien hebt gekregen.

Wat me daarin opvalt, is het patroon. Vroeger waren er zondaars en gelovigen. Vandaag zijn er daders en slachtoffers. Vroeger werd iemand uitgesloten uit de geloofsgemeenschap als straf. Vandaag wordt een contactbreuk soms gepresenteerd als bewijs van persoonlijke moed en groei.

Vroeger was er de biecht. Vandaag is er het therapeutisch zelfonderzoek.

Ik zeg niet dat therapie een religie is. Dat is het niet. Maar mensen blijven mensen. We zoeken verhalen die orde brengen in de chaos. We zoeken zekerheid over wie gelijk heeft.

Want zoals in elke sector, in elke kerk, in elke instelling is ook de therapeutische wereld niet vrij van haar eigen blinde vlekken. Een priester sprak vanuit zijn geloof, zijn vorming, zijn wereldbeeld. En dat was niet altijd de absolute waarheid, ook al klonk het zo. Een therapeut doet in wezen hetzelfde. Ook die kijkt door een eigen bril, werkt vanuit een eigen denkkader, is gevormd door een bepaalde school of stroming. Dat betekent niet dat therapie waardeloos is, helemaal niet. Een therapeut is ook maar een mens, iemand die interpreteert, afweegt en soms ook gewoon fout zit. En die, net zoals de priester vroeger, niet per definitie de enige of de juiste waarheid in pacht heeft.

Het probleem ontstaat wanneer de behoefte aan individualiteit groter wordt dan de wil om te verbinden.

een label kan een ervaring benoemen, maar het mag nooit een gesprek vervangen.

En om even terug te komen op de therapeutische term van het gekwetste kind. In oorsprong is dat een waardevol idee, omdat vroegere ervaringen nu eenmaal doorwerken in wie je nu bent.

Maar wat als dat idee verandert in een alles verklarend verhaal? Wat als elk huidig ongemak automatisch wordt teruggebracht naar fouten van de ouders? Dan verdwijnt de volwassen mens en gedraagt hij zich als een kind.

Want we worden niet alleen gevormd door onze jeugd. We worden ook gevormd door onze keuzes, onze partners, onze vrienden, onze teleurstellingen en successen. Niet alles wat moeilijk loopt in een volwassen leven kan worden herleid tot wat ouders deden of nalieten.

Niet elke pijnlijke ervaring van het gekwetste kind is een beschadiging. Soms wordt een pijn uit de kindertijd later als een kwetsuur ervaren, terwijl ze in werkelijkheid voortkwam uit een noodzakelijke grens, gesteld vanuit zorg, veiligheid of opvoeding.

Wat veel ouders diep raakt, is dat hun hele ouderschap vaak wordt beoordeeld door de filter van een eenzijdig verhaal. Dikwijls gekleurd door de herinnering en de gevoelens vanuit een periode van een kind. Vaak gekleurd door hoe een kind op dat moment vanuit zijn eigen beleving emoties en levensfase aan gebeurtenissen heeft gegeven.

Daardoor verdwijnen jaren van liefde, zorg en betrokkenheid naar de achtergrond, terwijl de ouder bijna automatisch veroordeeld en aangewezen wordt tot de oorzaak van alle pijn

Een mens is meer dan wat hem heeft gekwetst, en een ouder is meer dan de momenten waarop het misging.

Maar familierelaties zijn nu eenmaal complex. Ouders maken fouten, dat klopt. Kinderen lopen kwetsuren op, dat klopt ook. Tegelijk bestaat een familiegeschiedenis zelden uit alleen schuld en gelijk. Ze bestaat uit mensen, met hun beperkingen, hun behoeften, hun kwetsbaarheden en hun pogingen om elkaar te vinden.

In een volwassen relatie betekent dat we meerdere waarheden kunnen dragen: erkennen wat pijn heeft gedaan, zonder de ander volledig te herleiden tot zijn fouten.

Wanneer oordeel plaats maakt voor openheid 

En dat is precies wat www.delegestoel.be probeert te zijn: een plek voor die andere kant van het verhaal. Niet om slachtoffers te ontkennen. Niet om fouten goed te praten. Maar om te zeggen: ouders bestaan ook. Hun pijn bestaat ook. En hun verhaal verdient ook gehoord te worden.

Want zowel geloof als therapie kunnen echt helpen en bijdragen aan een warmere samenleving. Maar dan wel mits ze worden ingezet met openheid in plaats van oordeel, afstand en vermijding. Met ruimte voor meer dan één waarheid.


Share